Soms loop je met wat rond, een willekeurig ongemak. Je vergeet het en het verdwijnt. Of je denkt er niet meer aan en iemand vraagt: is er iets aan de hand? Er zijn dingen die je afborstelt als een pluisje op je jas en sommige dingen blijven hardnekkig wachten tot ze aandacht krijgen, linksom of rechtsom.
Wanneer het ongemak zich toont als ziekte hoor je vaak dat iemand zegt: ik heb dit of ik heb dat. Ik voel me ziek wordt al snel ik “ben” ziek. Ons lichaam is eigenlijk nooit ziek. Ons lichaam “heeft” hoogstens iets, ergens werkt iets niet of woekert misschien zelfs wat, maar intussen doen vele miljoenen lichaamscellen en talrijke organen gewoon hun gezonde werk. De wegenwacht wordt meestal volautomatisch op pad gestuurd, laat zich zo min mogelijk afleiden door ons gevoel van ziek zijn en probeert er het beste van te maken. We hebben geen idee hoe vaak de serviceploeg uitrukt om kleine reparaties uit te voeren, terwijl we ons niet eens van de schadegevalletjes bewust zijn.
Lastiger is het, wanneer onze omgeving vermanend of zelfs zorgelijk begint te kijken. Je bent toch niet ziek, het is toch niet erg. Of: laatst hoorde ik van iemand… Voor je het weet begin je te geloven dat jij zelf ziek bent en dat het niet je lichaam is dat je ongewoon nadrukkelijk laat weten dat het je aandacht nodig heeft. Natuurlijk lost niet alles zich vanzelf op en soms weten ook de heelmeesters in al hun verschijningsvormen niet hoe ze je lichaam moeten helpen. Maar ook dan helpt het niet om “ziek te zijn”, je kunt nog altijd het beste van de dag blijven maken. Pas wanneer je werkelijk handelen kunt heeft het zin om iets met dat ongemak te doen. Er alleen maar naar kijken ontneemt je de blik op al het andere dat er is.